Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn en een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn zijn overschreden. Tevens is het beroep tijdig ingesteld na een correcte ingebrekestelling.
De rechtbank acht het beroep gegrond en stelt een nieuwe beslistermijn vast tot uiterlijk 1 oktober 2026, waarbij rekening wordt gehouden met bijzondere omstandigheden zoals achterstanden in de behandeling van asielaanvragen. Deze termijn overschrijdt niet de maximale termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 50 per dag met een maximum van € 15.000 voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist. Daarnaast worden proceskosten aan eiser toegekend ter hoogte van € 467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen uiterlijk 1 oktober 2026 een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.