Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn en een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn zijn overschreden, en dat het beroep gegrond is.
De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn vast tot uiterlijk 3 oktober 2026, rekening houdend met bijzondere omstandigheden zoals achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom van € 50 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467. De rechtbank baseert haar oordeel op de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht, en verwijst naar eerdere jurisprudentie en beleidswijzigingen die de beslistermijnen en dwangsommen reguleren.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn te beslissen onder oplegging van een dwangsom.