Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn en een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn zijn overschreden. Er is een correcte ingebrekestelling en het beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank stelt een redelijke nadere beslistermijn vast tot uiterlijk 14 oktober 2026, waarbij rekening wordt gehouden met achterstanden in de behandeling van asielaanvragen en het belang van een zorgvuldige en tijdige beslissing. Tevens wordt vastgesteld dat deze termijn niet in strijd is met de maximale termijn van 21 maanden zoals genoemd in de Procedurerichtlijn.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 50 per dag met een maximum van € 15.000 voor het geval verweerder niet binnen deze termijn beslist. Daarnaast worden proceskosten toegekend aan eiseres ter hoogte van € 467. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
In de bijlage wordt het wettelijke kader uiteengezet, waaronder de toepasselijkheid van de Vreemdelingenwet 2000, de onrechtmatigheid van de verlenging van de beslistermijn, en de afschaffing van bestuurlijke dwangsommen in asielzaken per 15 april 2025. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijn een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.