Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, die hij op 8 oktober 2024 heeft ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden werd opgeschort door een besluitmoratorium van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, waardoor de beslistermijn hervatte op 14 juni 2025 en eindigde op 9 oktober 2025.
Eiser stelde de minister van Asiel en Migratie rechtsgeldig in gebreke op 14 oktober 2025. Het beroep werd echter al op 28 oktober 2025 ingediend, terwijl volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Awb twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling moeten zijn verstreken voordat een beroepschrift kan worden ingediend. Hierdoor is het beroep prematuur en daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden onvoldoende is gemotiveerd en dat de wettelijke beslistermijn zes maanden bedraagt. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De rechtbank bepaalt dat de minister alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, met een dwangsom bij overschrijding van deze termijn.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie. Eiser kan binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een verzetschrift indienen als hij het niet eens is met de beslissing.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.