ECLI:NL:RBDHA:2026:1763

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
NL25.35573 en NL25.35574
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:54 Algemene wet bestuursrechtArt. 6:2 Algemene wet bestuursrechtArt. 7:1 Algemene wet bestuursrechtArt. 6:12 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank Den Haag verklaart beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvragen

Eisers hebben afzonderlijk beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen. De rechtbank stelt vast dat er sprake is van bijzondere omstandigheden en achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen. De rechtbank acht een nadere beslistermijn van maximaal zestien weken na verzending van de uitspraak redelijk, waarbij zowel het belang van zorgvuldige besluitvorming als het belang van eisers bij een spoedige beslissing wordt meegewogen.

De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op binnen de gestelde termijn alsnog besluiten te nemen. Tevens legt zij een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. De proceskosten van eisers worden vastgesteld op €467.

De rechtbank verwijst naar het wettelijke kader, waaronder artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de relevante bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht. De verlenging van de beslistermijn door de minister met negen maanden wordt onvoldoende gemotiveerd geacht, waardoor deze niet rechtsgeldig is. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een dwangsom op aan de minister voor het niet tijdig beslissen op asielaanvragen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL25.35573 en NL25.35574
V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

[eiseres], eiseres,
hierna tezamen: eisers,
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben elk afzonderlijk beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen.

Overwegingen

De rechtbank neemt samenhang tussen de zaken van eisers aan, omdat zij als gezinsleden gezamenlijk zijn ingereisd en gelijktijdig hun aanvragen hebben ingediend.
Voor het wettelijk kader en de aan de beslissing ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de aan deze uitspraak gehechte bijlage.
Is de beslistermijn dan wel een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn overschreden?
( x) Ja
( ) Nee

Is er een correcte ingebrekestelling en zijn de beroepen meer dan twee weken later ingesteld?

( x) Ja
( ) Nee
Zijn de beroepen gegrond?
( x) Ja
( ) Nee

Binnen welke termijn moet verweerder alsnog besluiten nemen?

( x) Er is sprake van bijzondere omstandigheden. Er zijn achterstanden in de behandeling van asielaanvragen. De rechtbank acht een nadere beslistermijn van maximaal zestien weken na de dag van verzending van deze uitspraak redelijk. Hierbij wordt zowel recht gedaan aan het belang van verweerder om zorgvuldige beslissingen te nemen, als aan het belang van eisers om op korte termijn beslissingen te krijgen op de aanvragen.
Is er aanleiding om een rechterlijke dwangsom op te leggen?
( x) Ja
( ) Nee
Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist?(x) € 100 per dag met een maximum van € 15.000.
( ) € 200 per dag met een maximum van € 15.000.
Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen?
( x) Ja
( ) Nee
Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten?De volgende proceskosten worden toegekend:
( x) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift
met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 0,5.
De beroepen van eisers worden gezien als samenhangende zaken die op grond van artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht als één zaak worden beschouwd voor de vergoeding van beroepsmatig verleende bijstand.

Beslissing

De rechtbank:
( x) verklaart de beroepen gegrond;
( x) vernietigt het met besluiten gelijk te stellen niet tijdig nemen van besluiten;
( x) draagt verweerder op binnen zestien weken na de dag van verzending van deze uitspraak besluiten bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;
( x) bepaalt dat verweerder aan eisers een dwangsom van € 100 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000;
( x) veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 467.
Deze uitspraak is gedaan op 29 januari 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.

Bijlage

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]
Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [2] Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [3]
Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) wordt binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een beschikking gegeven. Voor zover verweerder met de WBV 2023/3 [4] de beslistermijn met negen maanden heeft verlengd, [5] is de rechtbank van oordeel dat deze verlenging onvoldoende is gemotiveerd. [6] Dit betekent dat de rechtsgrond aan het besluit tot verlenging ontbreekt en dat de beslistermijnen voor dergelijke aanvragen zes maanden is. Als niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Voor zover de ingebrekestelling voor de inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken is ingediend geldt de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, waarmee de wetgever de bestuurlijke dwangsom heeft afgeschaft in asielzaken. Dit is niet in strijd met het Unierecht. [7] Indien de ingebrekestelling is ingediend op of na 15 april 2025 is op grond van artikel 71b van de Vw geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd.
Als verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit in beginsel doen binnen twee weken na het verzenden van de uitspraak. [8] Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen. [9]
De rechtbank bepaalt dat verweerder bij het overschrijden van de door de rechtbank vastgestelde termijn een dwangsom verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden. [10] Dit is de rechterlijke dwangsom.
Als eiser is bijgestaan door een rechtsbijstandverlener, stelt de rechtbank een vergoeding vast van zijn kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. [11] De zaak is van licht gewicht als het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden en/of een dwangsom is verbeurd.
De rechtbank legt een hogere rechterlijke dwangsom op als verweerder niet heeft beslist binnen de termijn die de rechtbank heeft bepaald in een eerdere rechterlijke uitspraak. Indien de eerder opgelegde rechterlijke dwangsom nog niet is volgelopen, bepaalt de rechtbank dat verweerder de aan de onderhavige uitspraak verbonden rechterlijke dwangsom verbeurt met ingang van de dag nadat de eerder opgelegde rechterlijke dwangsom is volgelopen.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Volgens vaste jurisprudentie is een ingebrekestelling echter niet vereist wanneer de bestuursrechter eerder een termijn heeft gesteld en het bestuursorgaan zich, in weerwil van het gezag van deze rechterlijke uitspraak, daaraan niet heeft gehouden.
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
4.Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235.
5.Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw.
6.Vergelijk de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 12 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10278.
7.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3352.
8.Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb.
9.Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.
10.Op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
11.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.