ECLI:NL:RBDHA:2026:17644
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregel wegens ontbrekende handtekening
Eiser, met de Saoedi-Arabische nationaliteit, werd op 12 juni 2026 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel is gebaseerd op artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist de rechtmatigheid van deze maatregel, omdat deze niet voorzien is van een (digitale) handtekening, waardoor geen geldig besluit tot stand zou zijn gekomen.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel in het dossier niet is ondertekend. De minister gaf aan dat er op de dag van oplegging een technische storing was bij de Koninklijke Marechaussee, waardoor ondertekening met een digitale handtekening niet mogelijk was. Nadere informatie over een handmatige ondertekening en uitreiking aan eiser ontbreekt. De rechtbank concludeert dat niet kan worden vastgesteld of de maatregel rechtsgeldig is en gaat ervan uit dat dit niet het geval is.
Omdat het hier gaat om vrijheidsontneming, is sprake van een ernstig gebrek en is de maatregel onrechtmatig. De rechtbank beveelt de opheffing van de maatregel met ingang van 25 juni 2026 en kent een schadevergoeding toe van €1.680,- voor 14 dagen onrechtmatige detentie. Tevens worden proceskosten van €1.868,- aan eiser toegekend. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking meer.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan eiser.