ECLI:NL:RBDHA:2026:17652
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel van bewaring wegens onrechtmatigheid voortduring in asielprocedure
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, zit sinds 7 september 2025 in bewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot het sluiten van het onderzoek bevestigd. Het beroep richt zich op het voortduren van de bewaring na die datum.
Eiser stelt dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld, met een te late belangenafweging en het niet betrekken van prejudiciële vragen die de asielprocedure vertragen. De rechtbank overweegt dat geen zicht op uitzetting vereist is bij deze bewaring en dat de minister binnen de wettelijke termijnen heeft gehandeld.
De rechtbank constateert dat het asielberoep van eiser vanwege prejudiciële vragen en planning niet vóór het einde van de verlengde bewaringstermijn kan worden behandeld. Dit maakt voortzetting van de bewaring onevenredig en daarmee onrechtmatig. De rechtbank beveelt daarom opheffing van de maatregel met ingang van de uitspraakdatum.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de onrechtmatigheid pas op de dag van opheffing ontstaat. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1.868,-. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de maatregel van bewaring wegens onrechtmatigheid voortduring en wijst het verzoek om schadevergoeding af.