ECLI:NL:RBDHA:2026:17679
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vrijheidsontneming in grensdetentie wegens ontbreken rechtsgeldige ondertekening
Eiser, een Palestijnse vreemdeling met Grieks verblijfsdocument, werd op 12 juni 2026 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd in het kader van de grensprocedure asiel. De rechtbank oordeelt dat het bestaan van zicht op uitzetting geen vereiste is voor het opleggen van deze maatregel. Verweerder heeft de maatregel op 20 juni 2026 opgeheven, na het nader gehoor.
De rechtbank constateert echter dat de maatregel in het digitale dossier niet is ondertekend en dat verweerder geen bewijs heeft geleverd van een fysiek ondertekend exemplaar dat aan eiser is uitgereikt. Dit is een ernstig gebrek, waardoor de vrijheidsontneming vanaf het begin onrechtmatig is geweest.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de Staat tot betaling van een schadevergoeding van €1.080 voor negen dagen onrechtmatige detentie. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens onrechtmatige vrijheidsontneming en kent een schadevergoeding van €1.080 toe.