ECLI:NL:RBDHA:2026:17683
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verzet zich tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Eiser stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden gevolgd vanwege ernstige tekortkomingen in Kroatië, waaronder slechte opvang, detentieomstandigheden, dwang bij het afnemen van vingerafdrukken en ontoereikende rechtsbijstand.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel inhoudt dat Nederland mag vertrouwen op de naleving van internationale verplichtingen door Kroatië, tenzij eiser aannemelijk maakt dat dit niet het geval is. Eiser heeft zijn stellingen onvoldoende onderbouwd met persoonlijke stukken en heeft niet aangetoond dat klagen bij Kroatische autoriteiten onmogelijk of zinloos was.
De rechtbank concludeert dat het beroep kennelijk ongegrond is en verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter J. Holleman en griffier M. Ramdihal.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.