ECLI:NL:RBDHA:2026:17686
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning medische behandeling wegens feitelijke toegankelijkheid zorg in herkomstland
Eiseres, een Zuid-Afrikaanse vrouw die sinds 2015 in Nederland verblijft, vroeg een verblijfsvergunning aan voor medische behandeling vanwege HIV, PTSS en depressie. De minister wees de aanvraag af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelde dat de noodzakelijke behandeling en medicatie beschikbaar zijn in Zuid-Afrika en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat deze zorg voor haar niet feitelijk toegankelijk is.
De rechtbank oordeelt dat het BMA-advies zorgvuldig en inhoudelijk voldoende is en dat de minister dit terecht als grondslag voor zijn besluit heeft genomen. Eiseres slaagt er niet in concreet aan te tonen dat de zorg in Zuid-Afrika voor haar onbereikbaar is, onder meer omdat zij onvoldoende heeft onderbouwd wat de kosten zijn en onvoldoende pogingen heeft gedaan om informatie te verkrijgen.
Ook is vastgesteld dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden omtrent financiering en ziektekostenverzekering in Nederland, en dat haar argument dat zij vanwege haar verblijfsstatus geen verzekering kan afsluiten, niet tot vrijstelling leidt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning medische behandeling.