ECLI:NL:RBDHA:2026:17810
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 24 juni 2026 behandeld en beoordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Zwitserland. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Zwitserland te maken zal krijgen met racisme, discriminatie of een onrechtmatige behandeling van zijn asielaanvraag. Ook is niet gebleken dat hij geen toegang heeft tot rechtsmiddelen in Zwitserland.
Verder oordeelt de rechtbank dat de minister niet verplicht was de asielaanvraag aan zich te trekken op grond van bijzondere individuele omstandigheden, zoals zijn medische situatie. De minister heeft bovendien terecht geen aanvullend medisch advies laten inwinnen, omdat geen reëel en onderbouwd risico op een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van de gezondheidstoestand is aangetoond.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het besluit tot niet in behandeling nemen van de aanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.