Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
verweerder gelet op de veranderende omstandigheden en instabiele situatie in Syrië geen afwijzend besluit had kunnen nemen en had moeten motiveren waarom er geen besluitmoratorium is ingesteld. [6]
- In de eerste situatie worden de humanitaire omstandigheden niet veroorzaakt door doelbewust handelen of nalaten van een overheid of niet-overheidsactor.
- In de tweede situatie worden de humanitaire omstandigheden wel veroorzaakt door doelbewust handelen of nalaten van een overheid of niet-overheidsactor.
In de eerste situatie geldt een zwaardere toets dan in de tweede situatie en ligt de lat voor het aannemen van een reëel risico op ernstige schade hoger.
"very exceptional circumstances where the humanitarian grounds against removal are compelling",omdat de humanitaire omstandigheden niet worden veroorzaakt door strijdende partijen. Deze conclusie heeft gebaseerd op het eerder genoemde hoger beroepsschrift en op een passage uit een rapport van UK Home Office van juli 2025, waarin staat dat
“the general humanitarian situation in Syria is not so severe that there are substantial grounds for believing that there is a real risk of serious harm”. [14] Volgens verweerder heeft eiser geen individuele omstandigheden aangevoerd waarmee de hoge lat wordt gehaald.
ability to cater for his most basic needs, such as food, hygiene and shelter, his vulnerability to ill-treatment and the prospect of his situation improving within a reasonable time-frame.’ [15] Met de enkele verwijzingen naar het hoger beroepsschrift uit december 2025 en het rapport van de UK Home Office uit juli 2025, heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat de humanitaire crisis niet in overwegende mate veroorzaakt is door de strijdende partijen. Beide stukken zijn immers gebaseerd op verouderde informatie. Ten aanzien van de aangehaald passage van de UK Home Office overweegt de rechtbank dat verweerder bovendien niet inzichtelijk heeft gemaakt op welke verslagperiode het rapport ziet en op basis van welke informatie tot de uit het rapport aangehaalde conclusie wordt gekomen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep met nummer NL26.6923 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep met nummer NL25.61763 niet-ontvankelijk voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit;
- verklaart het beroep met nummer NL25.61763 gegrond voor zover het is gericht tegen het bestreden besluit van 3 februari 2026;
- vernietigt het bestreden besluit van 3 februari 2026;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van