ECLI:NL:RBDHA:2026:17904
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit gezinshereniging, nadere beslistermijn opgelegd
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 15 juli 2024, met een beslistermijn die door verweerder met drie maanden was verlengd tot uiterlijk 13 januari 2025. Verweerder heeft echter geen besluit genomen en is op 11 april 2025 rechtsgeldig in gebreke gesteld. Het beroep is tijdig ingesteld en wordt door de rechtbank kennelijk gegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat bij aanvragen gezinshereniging bij houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €50 per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €15.000, en tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 aan eiseres. Tevens worden de proceskosten van €467 aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met dwangsommen en proceskostenveroordeling.