ECLI:NL:RBDHA:2026:17905
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit gezinshereniging, nadere beslistermijn opgelegd
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 15 juli 2024, met een beslistermijn die uiterlijk op 13 januari 2025 had moeten eindigen. Verweerder heeft echter geen besluit genomen en is op 16 april 2025 rechtsgeldig in gebreke gesteld. Het beroep is tijdig ingesteld en wordt door de rechtbank kennelijk gegrond verklaard.
De rechtbank legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een nadere beslistermijn op van acht weken na verzending van deze uitspraak, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding van deze termijn.
Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €467. Het verzoek tot vaststelling van een reeds verbeurde dwangsom wordt afgewezen vanwege de toepasselijkheid van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier A.S.J.I. Hendrickx op 30 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.