ECLI:NL:RBDHA:2026:1793
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening wegens onderduiken ongegrond verklaard
Eisers, een Pakistaans gezin, vroegen op 31 maart 2025 asiel aan in Nederland. De minister besloot op 25 juni 2025 de asielaanvragen niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening. De overdrachtstermijn werd op 10 oktober 2025 verlengd tot achttien maanden omdat eisers waren ondergedoken.
Eisers voerden aan dat de verlenging onvoldoende was gemotiveerd en dat er geen sprake was van onderduiken, mede vanwege medische omstandigheden en verblijf bij vrienden. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd en dat eisers doelbewust buiten bereik van de autoriteiten waren gebleven zonder hun verblijfplaats door te geven.
De rechtbank verwierp het verweer dat de rechtspraak over procesbelang bij asielprocedures onverkort van toepassing is op verlengingsprocedures, maar achtte eisers ontvankelijk. De beroepen werden ongegrond verklaard, waarmee de verlenging van de overdrachtstermijn in stand bleef.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken.