ECLI:NL:RBDHA:2026:17979
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opvang COA wegens niet-naleving meldplicht niet onrechtmatig
Eiser is op 26 augustus 2025 mondeling geïnformeerd dat zijn opvang door het COA is beëindigd nadat hij een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ontving en niet voldeed aan de tweewekelijkse meldplicht. Hij stelde dat de beëindiging onrechtmatig was omdat het besluit niet schriftelijk was genomen en onvoldoende was gemotiveerd. Het COA heeft op 24 oktober 2025 alsnog een schriftelijk besluit genomen waarin de beëindiging werd gemotiveerd.
De rechtbank oordeelt dat het COA bevoegd was de opvang te beëindigen omdat eiser zich niet aan de meldplicht hield, ook al was het niet altijd twee opeenvolgende keren. De rechtbank verwijst naar de toepasselijke artikelen van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat de gevolgen voor eiser, zoals het verlies van een plek op de huisvestingslijst en persoonlijke omstandigheden, onvoldoende zijn om de beëindiging onrechtmatig te verklaren.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om hernieuwde opvang af. Eiser krijgt vrijstelling van griffierecht, maar geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Janssen op 6 mei 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatige beëindiging van de opvang door het COA.