ECLI:NL:RBDHA:2026:17980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.W.B. Heijmans
- M. van Harten
- B. Koopman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Syriër uit Daraa wegens onvoldoende persoonlijk risico op willekeurig geweld
Eiser, afkomstig uit de provincie Daraa in Syrië, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen op grond van het gewijzigde landgebonden asielbeleid (WBV 2025/13). De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk risico loopt op ernstige schade door willekeurig geweld of vervolging vanwege zijn gematigde islamitische leefstijl, politieke overtuiging, achternaam, familieconflicten of langdurig verblijf in Europa.
De rechtbank ging uitgebreid in op het gewijzigde Syriëbeleid, waarbij voor Daraa een relatief lager niveau van willekeurig geweld wordt aangenomen. De minister hoefde de humanitaire omstandigheden niet mee te wegen omdat deze niet in voldoende direct verband staan met het actuele geweld. De veiligheidssituatie in Daraa is fragiel maar niet van dien aard dat een hogere gradatie van willekeurig geweld gerechtvaardigd is.
Eiser voerde diverse persoonlijke omstandigheden aan, waaronder risico’s vanwege zijn leefstijl, politieke overtuiging, familieconflicten en mantelzorgsituatie, maar de rechtbank vond deze onvoldoende concreet en aannemelijk. Ook de gestelde duurzame relatie en mantelzorg boden geen grond voor een verblijfsvergunning. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk gemaakt persoonlijk risico.