ECLI:NL:RBDHA:2025:25445
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over betrokkenheid humanitaire omstandigheden bij beoordeling subsidiaire bescherming Syrië
Verzoeker, een Syriër uit Ruraal Damascus, heeft in maart 2023 asiel aangevraagd. De rechtbank heeft reeds twee tussenuitspraken gedaan en moet nu bepalen hoe het niveau van willekeurig geweld moet worden beoordeeld om te beslissen over subsidiaire bescherming op grond van artikel 15c van richtlijn 2011/95.
De rechtbank constateert een ernstige humanitaire crisis in Syrië, mede veroorzaakt door een langdurig gewapend conflict met vele strijdende partijen. Verweerder stelt dat alleen humanitaire omstandigheden veroorzaakt door actoren die momenteel deelnemen aan het conflict relevant zijn, terwijl verzoeker alle humanitaire omstandigheden wil laten meewegen.
De rechtbank overweegt dat een strikte toepassing van het actor-vereiste leidt tot een onevenredige bewijslast en onvoldoende rekening houdt met de actuele situatie van verzoeker. Daarom verzoekt zij het Hof om uitleg over de mate waarin humanitaire omstandigheden, direct of indirect veroorzaakt door willekeurig geweld in een ononderbroken gewapend conflict, moeten worden betrokken bij de beoordeling van het niveau van willekeurig geweld.
De behandeling van het beroep wordt geschorst in afwachting van het antwoord van het Hof op deze prejudiciële vraag. De rechtbank benadrukt dat deze vraag essentieel is voor een uniforme toepassing van de subsidiaire beschermingsregeling binnen de EU.
Uitkomst: De rechtbank schorst de behandeling en legt een prejudiciële vraag voor aan het Hof over de betrokkenheid van humanitaire omstandigheden bij de beoordeling van het niveau van willekeurig geweld.