ECLI:NL:RBDHA:2026:17990
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling Guinee-Bissau
De minister heeft op 2 april 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft de maatregel eerder getoetst en verklaarde deze tot 18 mei 2026 rechtmatig.
In dit vervolgberoep staat de periode na 18 mei 2026 centraal. Eiser betoogt dat de minister onvoldoende voortvarend is in de uitzetting naar Guinee-Bissau en dat het detentiecentrum Rotterdam niet voldoet aan de eisen van een speciale inrichting, mede vanwege het ontbreken van een avondprogramma en de impact op zijn mentale gezondheid.
De rechtbank stelt vast dat de minister sinds het sluiten van het onderzoek diverse uitzettingshandelingen heeft verricht, waaronder vertrekgesprekken en contact met de ambassade. Er is geen aanwijzing dat zicht op uitzetting ontbreekt. Het detentiecentrum voldoet volgens de jurisprudentie aan de eisen van de Terugkeerrichtlijn. De omstandigheden rechtvaardigen het voortduren van de maatregel, mede omdat eiser nog geen zes maanden in bewaring verblijft en geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.