ECLI:NL:RBDHA:2026:1812
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 3 februari 2026 behandeld en overweegt dat er ten tijde van het voornemen geen claimakkoord was, maar dat dit later wel is gesloten. De rechtbank ziet geen onzorgvuldig handelen of belangenbeschadiging van eiser. De stelling dat Duitsland weigert eiser terug te nemen wordt verworpen; Duitsland heeft het claimverzoek afgewezen wegens onvoldoende informatie, maar is akkoord gegaan met terugname na aanvullende informatie.
De rechtbank bevestigt het interstatelijk vertrouwensbeginsel en verwijst naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. De Duitse asielprocedure voldoet aan de Procedurerichtlijn, ook wat betreft rechtsbijstand. Eiser heeft geen klachten ingediend over toegang tot rechtsbijstand in Duitsland. De minister hoefde artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet toe te passen, en aanvullende garanties zijn niet nodig omdat eiser geen concrete problemen met opvang of zorg in Duitsland heeft aangetoond.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor overdracht aan Duitsland mogelijk is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard, waardoor overdracht aan Duitsland mogelijk is.