ECLI:NL:RBDHA:2026:18351

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
5 juli 2026
Zaaknummer
C/09/700542 / FA RK 26-2074
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 lid 2 BWArt. 1:28 BWArt. 1:28a BWArtikel 26 Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechtenArtikel 1 lid 2 Protocol 12 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging geslachtsvermelding en voornaamswijziging naar non-binair geslacht X

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van een persoon geboren in 2001, die zich identificeert als non-binair en verzocht om wijziging van de geslachtsvermelding in de geboorteakte naar 'X' en een voornaamswijziging. De ambtenaar van de burgerlijke stand voerde geen verweer.

Hoewel de wet geen expliciete mogelijkheid biedt voor geslachtsneutrale registratie, overwoog de rechtbank dat het individuele belang van de verzoeker zwaarder weegt dan het algemene belang van strikte naleving van de huidige wettelijke regeling. De rechtbank paste artikel 1:28 BW Pro analoog toe, ondersteund door een verklaring van een gezondheidszorgpsycholoog die de duurzame non-binaire overtuiging van de verzoeker bevestigde.

De rechtbank wees het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad af, maar gelastte de ambtenaar van de burgerlijke stand om de geslachtsvermelding te wijzigen in 'X' en de voornamen aan te passen. Het verzoek tot meer of anders werd afgewezen.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging geslachtsvermelding naar 'X' en voornaamswijziging wordt toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2074
Zaaknummer: C/09/700542
Datum beschikking: 4 juni 2026

Wijziging vermelding geslacht en voornaamswijziging

Beschikking op het op 2 maart 2026 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] ,

hierna te noemen: [verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
advocaat: mr. K.S.M. Smienk in De Meern, gemeente Utrecht.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Delft,

zetelend in Delft,
de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens [verzoeker] ;
  • de bijlage namens [verzoeker] , ingekomen op 6 maart 2026;
  • de bijlage namens [verzoeker] , ingekomen op 9 maart 2026;
  • de brief van 9 april 2026 van de ambtenaar.

Feiten

  • [verzoeker] is geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] .
  • Op de geboorteakte van [verzoeker] bij de gemeente Delft, met nummer 102151 van het jaar 2001, staat vermeld dat [verzoeker] van het mannelijk geslacht is.

Verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank:
  • de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Delft gelast om aan de geboorteakte van [verzoeker] een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht ‘X’ zal zijn;
  • wijziging van de voornamen van [verzoeker] gelast in “ [nieuwe voornamen] ”,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De ambtenaar heeft aangegeven geen verweer te voeren.

Beoordeling

Wijziging vermelding geslacht in geboorteakte
Ter onderbouwing van het verzoek wordt aangevoerd dat [verzoeker] de overtuiging heeft noch tot het vrouwelijke noch tot het mannelijke geslacht te behoren en dat [verzoeker] zich identificeert als non-binair. [verzoeker] heeft hier in een brief een nadere toelichting op gegeven. Het is belangrijk voor [verzoeker] dat de officiële documenten aansluiten bij de innerlijke genderbeleving.
De ambtenaar heeft aangegeven geen verweer te voeren.
De rechtbank overweegt dat de wet op dit moment geen mogelijkheid biedt om het onderhavige verzoek toe te wijzen, aangezien er geen wettelijke bepaling bestaat die het voor non-binaire personen mogelijk maakt zich als genderneutraal te registreren. Het is in beginsel aan de wetgever om voor geslachtsneutrale registratie in de geboorteakte een voorziening te treffen. Hoewel daartoe eerder wel initiatief was genomen, is er op dit moment geen wetgevingsproces gaande betreffende de geslachtsneutrale registratie.
Zolang er geen wetgeving op dit punt is, is het aan de rechter om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen, met inbegrip van de mogelijkheid om de beslissing op het verzoek aan te houden, zo heeft de Hoge Raad geoordeeld in de prejudiciële beslissing van 4 maart 2022 (ECLI:NL:HR:2022:336), recentelijk bevestigd in de prejudiciële beslissing van 19 december 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1959).
Zoals in de uitspraak van deze rechtbank van 16 december 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:24053) is toegelicht, levert het ontbreken van de mogelijkheid zich als genderneutraal te registreren een ongeoorloofd onderscheid op tussen transgender en genderneutrale personen en aldus een onderscheid naar geslacht zoals bedoeld in artikel 26 van Pro het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en artikel 1 lid 2 van Pro het Protocol nummer 12 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De rechtbank is van oordeel dat het individuele belang van [verzoeker] bij de mogelijkheid tot verbetering van de geboorteakte onder deze omstandigheden zwaarder weegt dan het algemene belang van strikte handhaving van de huidige wettelijke regeling.
De rechtbank zal artikel 1:28 BW Pro daarom analoog toepassen op het verzoek van [verzoeker] .
Deskundigenverklaring
[verzoeker] heeft een verklaring overgelegd van 6 maart 2026 van [naam] , behandelend gezondheidszorgpsycholoog bij Gender Health Care, waaruit de rechtbank afleidt dat bij [verzoeker] sprake is van een duurzame overtuiging zich niet met één gender te identificeren en om die reden een non-binaire beleving van diens gender heeft.
Niet gebleken is dat [naam] is aangewezen als deskundige in de zin van artikel 1:28a BW. De verklaring van [naam] kwalificeert daarom niet als een deskundigenverklaring in de zin van artikel 1:28a BW.
In de hiervoor genoemde uitspraak van deze rechtbank is toegelicht dat en waarom de rechtbank niet verlangt dat de deskundigenverklaring voldoet aan de eisen van artikel 1:28a BW. Onder verwijzing naar die motivering komt de rechtbank tot het oordeel dat de verklaring van [naam] kan dienen als onderbouwing van het verzoek.
De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] voldoende heeft aangetoond dat die de overtuiging heeft een non-binaire persoon te zijn. In de door de rechtbank geaccepteerde verklaring van [naam] leest de rechtbank dat bij [verzoeker] sprake is van een authentieke, weloverwogen, duidelijke en goed geïnformeerde keuze om de vermelding van het geslacht in de geboorteakte te laten wijzigen.
De rechtbank zal de ambtenaar dan ook gelasten om aan de geboorteakte een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht zal zijn: “X”.
Voornaamswijziging
De rechtbank stelt voorop dat een voornaamswijziging – indien toegewezen –tot stand komt doordat van de beschikking waarbij de voornaamswijziging is gelast een latere vermelding aan de geboorteakte wordt toegevoegd.
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken van een zwaarwichtig belang bij toewijzing van het verzoek tot voornaamswijziging. De gevraagde voornamen zijn geoorloofd naar de maatstaven van artikel 1:4 lid 2 BW Pro. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad
De aard van de zaak verzet zich tegen het bij voorraad uitvoerbaar verklaren van de beschikking, zodat het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
*
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand om aan de geboorteakte van [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] , met nummer 102151 van het jaar 2001, een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht zal zijn: “X”;
*
gelast de wijziging van de voornamen van [verzoeker] in die zin dat de voornamen zullen luiden: “ [nieuwe voornamen] ”.
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 juni 2026.