Uitspraak
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
Vrees bij terugkeer7. De rechtbank stelt vast dat verweerder eisers identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig heeft geacht. Eiser heeft hiertegen geen beroepsgronden aangevoerd.
Nog los van dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling [5] volgt dat een asielrelaas slechts betekenis heeft tegen de achtergrond van de identiteit, nationaliteit en herkomst van een vreemdeling, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat dit eerste niet geloofwaardige asielmotief het enige asielmotief is. Hetgeen eiser verder heeft aangevoerd zijn immers slechts economische omstandigheden die niet te herleiden zijn tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag of kunnen leiden tot een schending van artikel 3 van Pro het EVRM. Daarbij overweegt de rechtbank dat eiser op geen enkele wijze heeft toegelicht dat de mate van deprivatie die hem te wachten staat in Jordanië zodanig is dat het de hoge lat voor het aannemen van een dreigende schending van artikel 3 van Pro het EVRM zou kunnen halen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €2.802,-.