ECLI:NL:RBDHA:2026:18513

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juli 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
NL26.29972
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 56 VwArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel

Eiseres kreeg op 28 mei 2026 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Op 29 mei 2026 stelde zij beroep in tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening. De minister beëindigde de maatregel op 1 juni 2026 vanwege voortzetting van opvang in het AZC. Vervolgens trok eiseres op 2 juni 2026 het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht de rechtbank om de minister te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat de beëindiging van de maatregel na het instellen van het beroep een tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, Awb vormde. Dit betekent dat de minister het standpunt in het bestreden besluit heeft herzien en daarmee de onrechtmatigheid erkent. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelde de minister tot betaling van €1868,00 aan proceskosten.

De uitspraak werd gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro. De proceskosten zijn vastgesteld conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij één punt werd toegekend voor het indienen van het beroepschrift en één punt voor het verzoek om voorlopige voorziening, elk met een waarde van €934,-.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van €1868,00 aan proceskosten na intrekking van het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.29972 en NL26.30215

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1], eiseres,

V-nummer: [nummer 1],
(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker),
mede namens haar minderjarige kind:
[naam 2]
V-nummer: [nummer 2]
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Procesverloop

1. Bij besluit van 28 mei 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiseres de maatregel van beperking van de vrijheid opgelegd, [1] zoals bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vw [2] .
1.1.
Eiseres heeft op 29 mei 2026 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
1.2.
De minister heeft de vrijheidsbeperkende maatregel per 1 juni 2026 beëindigd, vanwege continuering van opvang op het AZC.
1.3.
Eiseres heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 2 juni 2026 ingetrokken en de rechtbank verzocht om de minister te veroordelen in de proceskosten van eiseres.
1.4.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Overwegingen

2. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de proceskosten veroordelen.
3. Volgens vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1816, en van 8 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1487) is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb slechts sprake indien het bestuursorgaan een binnen de grenzen van het geding in het bestreden besluit ingenomen standpunt heeft herzien en het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit alsnog heeft genomen op gronden die een erkenning van de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit impliceren. Intrekking of wijziging van het besluit wegens nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, dan wel nadien verkregen, buiten de onderzoekslast van het bestuursorgaan vallende informatie houdt geen tegemoetkomen in voormelde zin in en vormt geen grond voor een kostenveroordeling.
4. De rechtbank stelt vast dat ten tijde van het instellen van beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel, deze maatregel nog heeft voortbestaan en pas na het indienen van beroep is beëindigd. Naar het oordeel van de rechtbank is er gelet op de mededeling van de minister dat er sprake is van continuering van de opvang op het AZC, sprake van tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb [3] . Voornoemde tegemoetkoming vormt naar het oordeel van de rechtbank grond voor een proceskostenvergoeding. De rechtbank wijst het verzoek daarom toe.

Conclusie en gevolgen

5. De rechtbank wijst het verzoek om verzoek om vergoeding van de proceskosten toe.
6. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten verband houdend met het indienen van een beroepschrift en een verzoekschrift tot het treffen van een voorlopige voorziening. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1868,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het indienen van een verzoekschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1868,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van E.S. Tigglaar, griffier.
De uitspraak is bekend gemaakt en openbaar gemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Hierna: de vrijheidsbeperkende maatregel.
2.Vreemdelingenwet 2000.
3.Algemene wet bestuursrecht.