ECLI:NL:RBDHA:2026:18521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens motiveringsgebrek, rechtsgevolgen in stand gelaten
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend op grond van problemen met zijn oom in Guinee, die een hoge functie bij de militaire politie heeft en betrokken zou zijn bij de moord op eisers vader. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielmotief over de problemen met de oom, mede omdat eiser geen oprechte inspanning had geleverd om zijn verhaal met documenten te staven.
De rechtbank oordeelt dat het besluit een motiveringsgebrek bevat, onder meer omdat de minister ten onrechte aannam dat eiser slechts één bewaker noemde bij zijn ontsnapping uit de gevangenis en onvoldoende doorvroeg over een andere oom die een rol zou hebben gespeeld. Dit leidt tot vernietiging van het besluit.
Desondanks laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat eiser tegenstrijdige verklaringen gaf over de etniciteit van zijn ouders, onvoldoende toelichting gaf over de andere oom en ongerijmdheden vertoonde in zijn relaas over de ontsnapping. De minister mocht het asielmotief daarom terecht ongeloofwaardig achten.
Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €1.868,- toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof en griffier F. Metz op 6 juli 2026.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege ongeloofwaardigheid van het asielmotief.