AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bestuursrechtelijke toetsing asielaanvraag Jemen met focus op willekeurig geweld in Taiz
Eiser, een Jemenitische nationaliteit dragende persoon, diende een asielaanvraag in na terugkeer uit Saoedi-Arabië naar Jemen, waar hij problemen ondervond met de Houthi’s. De minister wees de aanvraag af, stellende dat eiser geen verhoogd risico liep op willekeurig geweld in de provincie Taiz, waar een relatief hoger maar niet het hoogste niveau van geweld geldt.
De rechtbank oordeelt dat de minister het beroep van eiser op geloofwaardigheid onvoldoende heeft gemotiveerd, met name door het niet inhoudelijk beoordelen van een overgelegd arrestatiebevel en onvoldoende onderbouwing van tegenwerpingen over de vluchtweg. Dit leidt tot vernietiging van het besluit.
Desondanks blijft de afwijzing in stand omdat de minister de rechtsgevolgen in beroep heeft hersteld. De rechtbank bevestigt dat het beleid van de minister omtrent het niveau van willekeurig geweld in Taiz adequaat is en dat eiser onvoldoende individuele omstandigheden heeft aangetoond die een verhoogd risico op slachtoffer worden van geweld rechtvaardigen.
Verder wordt het beroep op het arrest Sufi en Elmi verworpen omdat eiser kan terugvallen op familie en geen bewijs heeft geleverd dat hij niet in zijn basisbehoeften kan voorzien. Ook het argument dat zijn verblijf in het Westen een verhoogd risico oplevert, wordt niet gevolgd.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten aan eiser en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de afwijzing blijft in stand; minister moet proceskosten betalen.
Voetnoten
1.Stcrt. 2025, nr. 35447.
2.HvJEU 4 juni 2026, ECLI:EU:C:2026:448.
6.Rb. Den Haag 12 november 2025, NL25.41617 (niet gepubliceerd).
8.P. 5.
9.P. 3.
10.Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000 (zoals dat luidde tot 12 juni 2026).
11.HvJEU 4 juni 2026, ECLI:EU:C:2026:448, onder 58.
12.Nader gehoor, p. 7.
13.Nader gehoor, p. 9.
14.Nader gehoor, p. 8.
15.Nader gehoor, p. 11.
16.P. 58.
17.[website 1] .
18.Aanmeldgehoor, p. 10.
19.Correcties en aanvullingen op het aanmeldgehoor, p. 2.
20.Onder 6.2.
21.Zie onder 7.
22.Onder 7.3.1.
23.Punt 45.
24.Punt 49 en 50.
25.Nader gehoor, p. 4.
26.Zie WBV 2016/18 en (laatstelijk) WBV 2022/26.
27.Stcrt. 2024, nr. 13067.
28.HvJEU 9 november 2023, ECLI:EU:C:2023:843.
30.19 637, nr. 3489. Zie ook de bijlage 15c beoordeling en de beslisnota bij deze brief.
34.Deze criteria zijn gebaseerd op het arrest van het EHRM van 28 november 2011 (Sufi en Elmi), ECLI:CE:ECHR:2011:0628JUD000831907. Zie ook het arrest van het HvJ EU van 10 juni 2021 (CF en DN), ECLI:EU:C:2021:472, onder 43.
35.P. 2 en 4 tot en met 6.
36.P. 2, 5 en 8.
37.P. 8 tot en met 10.
38.P. 2 en 3.
39.Bijlage 15c-beoordeling: p. 1,3,4 en 9 en Beslisnota: p. 1 tot en met 6.
40.P. 1 en 2.
41.P. 4 en 5.
45.Volgens de Engelse versie moet de minister een ‘comprehensive appraisal of all the relevant
46.P. 7, 17 en 20.
47.P. 17.
48.Ambtsbericht 2023, p. 22. Ambtsbericht 2025, p. 17 en 18.
49.ACLED is een niet-gouvernementele organisatie die zich heeft gespecialiseerd in het verzamelen, analyseren en in kaart brengen van conflictgegevens. ACLED registreert alleen dodelijke slachtoffers, en maakt geen onderscheid tussen burgers en combattanten.
50.Ambtsbericht 2025, p. 17-19.
51.Deze slachtoffers vielen hoofdzakelijk in de provincie Al Hudayda aan de westkust van Jemen.
52.In reactie op de Houthi-aanvallen in de Rode Zee lanceerden de Verenigde Staten in
53.Ambtsbericht 2025, p. 20 en 21.
54.Ambtsbericht 2025, p. 20 en 59.
55.Ambtsbericht 2025, p. 60.
56.[website 2] .
57.Ambtsbericht 2025, p. 20.
58.Ambtsbericht 2025, p. 100.
59.Ambtsbericht 2025, p. 14.
60.Ambtsbericht 2025, p. 13.
61.Ambtsbericht 2025, p. 15 en 16.
63.Punt 42 van het arrest.
64.Nader gehoor, p. 17.
65.EHRM (Sufi en Elmi) 28 november 2011, ECLI:CE:ECHR:2011:0628JUD000831907.
66.Punt 279.
67.Nader gehoor, p. 18.
68.Nader gehoor, p. 7.