ECLI:NL:RBDHA:2026:1855
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieaanvraag wegens gevaar voor openbare orde bevestigd
Eiseres diende op 21 januari 2025 een aanvraag tot naturalisatie in, die door de minister van Asiel en Migratie op 24 februari 2025 werd afgewezen vanwege ernstige vermoedens dat zij een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit vermoeden is gebaseerd op een veroordeling binnen de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek, namelijk een geldboete van € 1.000,- voor rijden onder invloed.
Eiseres voerde aan dat er bijzondere omstandigheden zijn die afwijking van het beleid rechtvaardigen, zoals het feit dat zij al sinds 1994 onafgebroken in Nederland verblijft, fysieke en mentale klachten heeft overgehouden aan de veroordeling, en dat de kans op recidive nihil is. Ook stelde zij dat zij met een lagere boete wel aan de voorwaarden had voldaan en dat zij nu driedubbel wordt bestraft.
De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden niet als bijzonder kunnen worden aangemerkt en dat het beleid, dat terughoudendheid bij afwijking vereist, terecht is toegepast. De rechtbank benadrukt het belang van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid en wijst erop dat het niet verlenen van het Nederlanderschap geen strafmaatregel is, maar een voorwaarde voor naturalisatie.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de naturalisatieaanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de naturalisatieaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.