ECLI:NL:RBDHA:2026:18659
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag Palestijnse vluchteling wegens onvoldoende beoordeling UNRWA-bescherming
Eiser, een Palestijnse vluchteling geboren in Damascus, Syrië, diende in november 2023 een asielaanvraag in. De minister van Asiel en Migratie wees deze in maart 2026 af op grond van artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser bescherming of bijstand van UNRWA in Syrië zou ontvangen. De minister stelde dat UNRWA actief is en dat eiser toegang heeft tot huisvesting en andere voorzieningen.
Eiser betoogde dat de minister een te beperkte toets hanteerde en onvoldoende rekening hield met de actuele humanitaire situatie en rapporten waaruit blijkt dat UNRWA niet aan zijn mandaat kan voldoen. De rechtbank oordeelt dat de minister niet heeft aangetoond dat UNRWA daadwerkelijk in staat is om aan zijn mandaat te voldoen, zoals vereist volgens recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank stelt vast dat de minister onvoldoende inzicht heeft gegeven in de gehanteerde maatstaf en niet adequaat is ingegaan op relevante rapporten en humanitaire omstandigheden. Hierdoor is het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag en beveelt een nieuw besluit met een zorgvuldige beoordeling van UNRWA's mandaatcapaciteit.