ECLI:NL:RBDHA:2026:18767
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft op 7 oktober 2025 in Nederland asiel aangevraagd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublin-verordening.
Eiser voerde aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is, met name vanwege zijn manisch-psychotische aandoening en de gevolgen van zijn voorlopige hechtenis. Hij stelde dat de overdracht naar Kroatië tot een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheid zou leiden, en verwees naar het arrest C.K. en een medisch advies van het BMA.
De rechtbank oordeelt dat het BMA-advies van 22 april 2026 voldoende onderbouwd is en dat eiser kan reizen onder bepaalde voorwaarden, waaronder begeleiding door een psychiatrisch verpleegkundige. Er zijn geen nieuwe objectieve medische gegevens die een andere beoordeling rechtvaardigen. De rechtbank concludeert dat de minister het beroep terecht ongegrond heeft verklaard en dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.