ECLI:NL:RVS:2018:92
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak over niet in behandeling nemen asielaanvragen vreemdelingen
Bij besluiten van 17 maart 2017 heeft de staatssecretaris de asielaanvragen van de vreemdelingen niet in behandeling genomen. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen tegen deze besluiten ongegrond. De vreemdelingen stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat de rechtbank niet had gereageerd op het beroep van de vreemdelingen dat het arrest C.K. van het Hof van Justitie toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening vereiste. Dit was een schending van de Awb, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd.
De Afdeling overwoog vervolgens dat de staatssecretaris voldoende medisch advies had ingewonnen en gemotiveerd dat geen medische noodsituatie op korte termijn bestond. De staatssecretaris had ook de reisvoorwaarden gesteld waaraan voldaan moet worden bij overdracht aan Noorwegen. De vreemdelingen konden niet aantonen dat deze voorwaarden onvoldoende waren. Daarom werd het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening verworpen en de beroepen alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.