Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen),
Procesverloop
Overwegingen
Bewaringsgronden
Ambtshalve toets
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 12 mei 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De minister heeft de bewaring op 19 juni 2026 opgeheven. Eiser stelde beroep in tegen de bewaring en verzocht om schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheid.
De rechtbank beoordeelde of het voorafgaande gehoor aan de maatregel voldeed aan de vereisten en concludeerde dat het onderzoek relevant en zorgvuldig was, mede omdat eiser zijn asielaanvraag tijdens het gehoor had aangegeven. De rechtbank verwierp het verweer dat het gehoor onvoldoende was, mede omdat eerdere jurisprudentie waar eiser op wees was vernietigd.
Verder oordeelde de rechtbank dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld bij de behandeling van de asielaanvraag, ondanks dat het aanmeldgehoor pas tien dagen na de aanvraag plaatsvond. De maximale termijn van zes weken voor behandeling werd niet overschreden.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.