Verzoekster, zonder vaste woon- en verblijfplaats, maakte bezwaar tegen de afwijzing van haar verzoek om opvang en diende een verzoek om voorlopige voorziening in. Dit verzoek werd op 14 januari 2026 ingetrokken nadat het college van burgemeester en wethouders van Leiden had meegedeeld dat zij sinds 7 januari 2026 opvang in een hotel kreeg aangeboden.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling en oordeelde dat het college aan verzoekster was tegemoetgekomen door opvang aan te bieden, waarmee het doel van de voorlopige voorziening was bereikt. Het standpunt van verweerder dat het e-mailbericht geen besluit zou zijn en het bezwaar en verzoek niet-ontvankelijk, werd verworpen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe en veroordeelde het college tot betaling van € 934,- aan verzoekster, gebaseerd op één punt voor de proceshandeling van het indienen van het verzoekschrift. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.