ECLI:NL:RBDHA:2026:19417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens onvoldoende onderbouwing interstatelijk vertrouwensbeginsel België
Eiser, een Iraakse alleenstaande man, diende op 22 december 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat België verantwoordelijk zou zijn. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België kan worden toegepast, mede vanwege structurele tekortkomingen in de opvang van niet-kwetsbare alleenstaande mannen in België.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin werd vastgesteld dat België tekortschiet in opvangvoorzieningen en effectieve rechtsbescherming voor deze groep. De brief van Fedasil van 5 februari 2026 biedt volgens de rechtbank onvoldoende bewijs dat deze situatie is verbeterd.
Daarom is het bestreden besluit in strijd met de Algemene wet bestuursrecht en wordt het vernietigd. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België.