ECLI:NL:RBDHA:2026:1942
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling plaatsingsbesluit en vrijheidsbeperkende maatregel COA tegen asielzoeker
De rechtbank Den Haag behandelde op 5 februari 2026 twee samenhangende beroepen van een asielzoeker tegen besluiten van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) en de minister van Asiel en Migratie. Het eerste beroep betrof het plaatsingsbesluit van 22 november 2025 om eiser in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te plaatsen. Het tweede beroep richtte zich tegen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister op 21 november 2025, tevens verzocht eiser om schadevergoeding.
De feiten betreffen een incident op 19 november 2025 waarbij eiser onder invloed van cocaïne zichzelf meerdere malen hard in het gezicht sloeg, agressief werd richting COa-medewerkers, een aardappelschilmesje bij zich had en verbale bedreigingen uitte. De beveiliging en medebewoners bevestigden deze gedragingen. Eiser betwistte de ernst en impact van het incident en stelde dat hij zich het voorval niet kon herinneren vanwege medicatie en alcoholgebruik.
De rechtbank oordeelde dat het COa het incident zorgvuldig en gedetailleerd had vastgelegd en dat de gedragingen van eiser een gedraging met zeer grote impact vormden, gelet op de agressie, het wapenbezit en de bedreigingen. Het beroep tegen het plaatsingsbesluit werd daarom ongegrond verklaard. Ten aanzien van de vrijheidsbeperkende maatregel stelde de rechtbank vast dat deze prematuur was opgelegd, omdat het plaatsingsbesluit nog niet bestond, wat een formeel gebrek opleverde. Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat eiser niet in zijn belangen was geschaad.
De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af, veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser en kende een symbolische schadevergoeding van €25 toe. Tegen het plaatsingsbesluit staat hoger beroep open, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel worden ongegrond verklaard, met toekenning van proceskosten aan eiser.