ECLI:NL:RVS:2024:1602
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning herbouwen en uitbreiden woonhuis in Maastricht
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht verleende op 21 januari 2020 een omgevingsvergunning aan vergunninghouders voor het herbouwen en uitbreiden van een woonhuis op een perceel in Maastricht, met afwijking van het bestemmingsplan. Appellanten, buren en eigenaren van het naastgelegen perceel, stelden beroep in tegen deze vergunning.
De rechtbank Limburg verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het hoger beroep van appellant sub 1 gegrond is en dat van appellant sub 2 ongegrond. De Afdeling bevestigt de beoordeling van de rechtbank over de planologische aspecten, waaronder de kwalificatie van het bouwplan als herbouw, het ontbreken van een toename van het aantal woningen, de belangenafweging en de toetsing aan de welstandsnota.
Wel wordt geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling heeft uitgesproken ten gunste van appellant sub 1 en dat het college dit alsnog moet vergoeden. Daarnaast is de redelijke termijn van de procedure overschreden, waardoor de Staat aan alle betrokken partijen een vergoeding van €500 moet betalen. De Afdeling vernietigt het bestreden vonnis voor zover het gaat om de proceskosten en griffierecht, en bevestigt het verder.
De Afdeling gaat uitvoerig in op de juridische toetsing van de omgevingsvergunning, de toepassing van de Wabo en het Bor, de definities in het facetbestemmingsplan en het bestemmingsplan, en de motivering van het college. Ook de bezwaren over het peil, parkeren, welstandsadvies en aansluiting op het gasnet worden behandeld en verworpen. De uitspraak is gewezen door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer.
Uitkomst: Hoger beroep deels gegrond; proceskostenveroordeling en griffierecht toegekend, overige oordelen bevestigd.