ECLI:NL:RBDHA:2026:19509

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
NL26.18672
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 31 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring asielberoep afgewezen wegens ontbreken procesbelang

De opposant diende een asielaanvraag in die op 5 maart 2026 werd afgewezen als ongegrond. Tegen deze afwijzing werd beroep ingesteld, dat op 19 mei 2026 niet-ontvankelijk werd verklaard door de rechtbank. Hiertegen werd verzet ingesteld.

De rechtbank beoordeelde het verzet zonder zitting en stelde vast dat het verzet alleen inhoudelijk wordt beoordeeld indien er redelijke twijfel bestaat over het eerdere oordeel. De rechtbank onderzocht eerst de ontvankelijkheid van het verzet.

Uit de procedure bleek dat de opposant met onbekende bestemming Nederland had verlaten en geen contact meer onderhield met zijn gemachtigde sinds juni 2026. Dit leidde tot het oordeel dat het procesbelang was komen te vervallen, omdat de opposant geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

Daarom verklaarde de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk en liet de eerdere uitspraak in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzet is niet-ontvankelijk verklaard omdat de opposant met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij de procedure.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.18672 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[opposant], opposant, [1] V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. A. Jhingoer).

Procesverloop

Bij besluit van 5 maart 2026 heeft verweerder de asielaanvraag van opposant afgewezen als ongegrond. [2]
Bij uitspraak van 19 mei 2026 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het hiertegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. [3]
Opposant heeft verzet gedaan tegen deze uitspraak.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb. [4]

Beoordeling door de rechtbank

1. Artikel 8:54 van Pro de Awb biedt de mogelijkheid tot vereenvoudigde afdoening als het eindoordeel in de zaak buiten redelijke twijfel staat. In verzet beoordeelt de rechtbank alleen of er redelijke twijfel mogelijk was over het oordeel in de aangevallen uitspraak. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank pas toe als het verzet gegrond is.
2. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of het verzet ontvankelijk is. Volgens vaste rechtspraak [5] ontvalt het procesbelang als een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder dat bekend is waar hij verblijft omdat er dan van wordt uitgegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Dit is slechts anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dat hij zijn beroep wil handhaven. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
3. Bij brief van 6 juli 2026 heeft verweerder medegedeeld dat opposant met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft op 7 juli 2026 de gemachtigde van opposant verzocht om kenbaar te maken wanneer hij voor het laatst contact heeft gehad met opposant en op welke wijze dit is gebeurd. De gemachtigde van opposant heeft bij bericht van 14 juli 2026 meegedeeld dat zij voor het laatst in juni contact hadden en dat hij inmiddels geen contact meer krijgt. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat opposant niet langer prijs stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland en dus geen belang meer heeft bij de beoordeling van het verzet.
4. Het verzet is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het verzet niet inhoudelijk beoordeelt en dat de aangevallen uitspraak in stand blijft.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 15 juli 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.
2.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
4.Algemene wet bestuursrecht.
5.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.