ECLI:NL:RBDHA:2026:19509
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring asielberoep afgewezen wegens ontbreken procesbelang
De opposant diende een asielaanvraag in die op 5 maart 2026 werd afgewezen als ongegrond. Tegen deze afwijzing werd beroep ingesteld, dat op 19 mei 2026 niet-ontvankelijk werd verklaard door de rechtbank. Hiertegen werd verzet ingesteld.
De rechtbank beoordeelde het verzet zonder zitting en stelde vast dat het verzet alleen inhoudelijk wordt beoordeeld indien er redelijke twijfel bestaat over het eerdere oordeel. De rechtbank onderzocht eerst de ontvankelijkheid van het verzet.
Uit de procedure bleek dat de opposant met onbekende bestemming Nederland had verlaten en geen contact meer onderhield met zijn gemachtigde sinds juni 2026. Dit leidde tot het oordeel dat het procesbelang was komen te vervallen, omdat de opposant geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk en liet de eerdere uitspraak in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet is niet-ontvankelijk verklaard omdat de opposant met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij de procedure.