Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
loon waarop hij bij normale functie-uitoefening recht zou hebben gehad’ in artikel 10 VGL Pro-CAO moet worden uitgelegd. In de tweede plaats of deze regeling in strijd is met artikel 7:629 lid 1 BW Pro, omdat deze regeling ten nadele afwijkt voor werknemer.
naar tijdsruimte vastgestelde loon’ hoeft niet in strijd te zijn met de wettelijke regeling onder de voorwaarde dat daarbij de minimale financiële bescherming voor de werknemer wordt nagekomen. In dit geval is het loonbegrip in de VGL-CAO beperkt tot het brutoloon plus eventuele over-en meeruren en provisie, maar expliciet zonder de toeslagen. Werkgever heeft onweersproken gesteld, alsmede met productie 21 voldoende onderbouwd, dat met de uitbetaling aan werknemer van zijn loon conform de VGL-CAO gedurende zijn arbeidsongeschiktheid steeds meer is betaald dan het wettelijk minimum van 70% van zijn loon inclusief de zondagtoeslag. Het gevolg hiervan is dat de loondoorbetaling tijdens ziekte niet in strijd is geweest met het minimum van artikel 7:629 BW Pro (70% van het loon) en er dus niet ten nadele van de werknemer maar juist ten voordele is afgeweken van de wettelijke regeling. Werknemer kan niet op grond van artikel 7:629 BW Pro aanspraak maken op meer dan het wettelijk minimum. Dit betekent dat het verzoek van werknemer zal worden afgewezen.