Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Het verloop van de procedure
Overwegingen
“Ik ging rozen halen. Mijn bestemming was rozentuinder. Hoe noem je zo iemand?”De verbalisant heeft daarop een boete aangezegd, kennelijk oordelend dat de betrokkene geen bestemmingsverkeer was en dus het verbod aangeduid door bord C12 overtrad.
“geen aanvulling”. Hetzelfde wordt geantwoord op de vraag waar de locatie was van de rozentuinder naar wie de betrokkene had gezegd onderweg te zijn. Ook wordt gereageerd dat er
“geen aanvulling”is op de vraag of de gemachtigde een termijn wil krijgen om bij de betrokkene daarover navraag te doen. Ook op de vraag waarom geklaagd wordt over het niet-naleven van het Beleidskader digitale handhaving als geen sprake is van digitale handhaving is het antwoord:
“geen aanvulling”. Met betrekking tot de indexering van de boete per 1 maart 2024 wordt gevraagd op welke verdragsbepalingen het beroep op “verdragsbepalingen” ziet. Ook hierop is het antwoord:
“geen aanvulling”.
“De gedraging is begaan en de verbalisant heeft terecht een sanctie opgelegd. Alleen in uitzonderlijke gevallen zal de officier van justitie ervoor kiezen een terecht opgelegde sanctie alsnog te vernietigen of het sanctiebedrag te matigen. De omstandigheden die worden genoemd geven de officier van justitie onvoldoende aanleiding om de beschikking te vernietigen of het sanctietarief te matigen.”
“Het betreft een weg uitsluitend voor bestemmingsverkeer. Ik moest daar zijn om rozen te kopen. Helaas waren de rozen uitverkocht, hierdoor ben ik vanaf de bestemming weggereden zonder rozen. Hierna werd ik aangehouden door de politie, die aangaf dat ik het niet kon bewijzen en een boete uitschreef.”De gemachtigde heeft een foto van Google Streetview bijgesloten van [adres 2] uit oktober 2022 van een totaal verlaten terrein van een kwekerij, en gesteld dat hier tuinplantage [bedrijfsnaam] is gelegen, waar de betrokkene zou zijn geweest voor het kopen van rozen. Ook is in de aanvulling van 8 juli 2026 naar voren gebracht dat de verhogingen van de boetetarieven per 1 maart 2024 in strijd zijn met het evenredigheidsbeginsel. De gemachtigde verwijst in dit verband naar de uitspraken van kantonrechters in de rechtbank Midden-Nederland van 30 juni 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:3707) en 1 juli 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:3889). Het boetebedrag moet volgens de gemachtigde worden teruggebracht naar dat van voor 1 maart 2024.
“bestuurders wier reisdoel één of meer bepaalde percelen betreft die zijn gelegen aan of in de directe nabijheid van een weg met een door verkeerstekens aangegeven geslotenverklaring voor bepaalde categorieën bestuurders en die slechts via deze weg zijn te bereiken alsmede bestuurders van lijnbussen.”
Beslissing
- wijst af het verzoek om een proceskostenvergoeding;
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.