ECLI:NL:RBDHA:2026:19749
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Openbaarmakingsverzoek op grond van de Wet open overheid afgewezen met motiveringsplicht en privacybescherming
Eisers hebben een openbaarmakingsverzoek ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo) met betrekking tot documenten over de grond onder de serre van een hotel. Verweerder heeft aanvankelijk geweigerd de documenten openbaar te maken, waarna na bezwaar en beroep meerdere besluiten volgden waarin deels documenten werden vrijgegeven en een nieuwe zoekslag werd verricht.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in de eerste besluiten niet voldeed aan de verzwaarde motiveringsplicht van artikel 5.3 Woo en dat de zoekslag te beperkt was. Met het aanvullend besluit van 18 december 2025 heeft verweerder deze gebreken hersteld door alle documenten opnieuw te beoordelen en een bredere zoekterm te hanteren.
De rechtbank toetst de weigering van openbaarmaking op grond van bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het belang van het goed functioneren van de gemeente. Zij acht het terecht dat persoonsgegevens zoals namen, telefoonnummers en functienamen zijn weggelakt en dat vertrouwelijke juridische adviezen niet openbaar zijn gemaakt.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond vanwege motiveringsgebreken, maar laat de rechtsgevolgen van de besluiten in stand omdat deze inmiddels zijn hersteld. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter D.C. Laagland op 17 juli 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebreken, maar de rechtsgevolgen van de besluiten blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.