Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.J. de Lange, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2026 behandeld en beoordeelt of de minister terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk. Eiser stelde dat Frankrijk onvoldoende opvang bood en dat zijn medische situatie onvoldoende is meegewogen, verwijzend naar het AIDA-updaterapport, een arrest van het Hof van Justitie en een uitspraak van het Tribunal Administratif de Lyon.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het vertrouwensbeginsel en dat de problemen in de Franse asielopvang niet zodanig structureel en ernstig zijn dat er een reëel risico op onmenselijke behandeling bestaat. Ook is onvoldoende gebleken dat eiser bijzonder ernstige medische problemen heeft die een overdracht naar Frankrijk uitsluiten. De minister hoefde geen toepassing te geven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.