ECLI:NL:RBDHA:2026:20064
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit na tijdelijke bescherming en non-refoulement toetsing
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het terugkeerbesluit dat de minister van Asiel en Migratie op 28 juli 2025 aan eiser heeft opgelegd na beëindiging van zijn tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Eiser, een Algerijnse derdelander die vanuit Oekraïne naar Nederland kwam, betwistte het besluit en voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder dat het besluit prematuur was, dat zijn privéleven in Nederland in de weg stond en dat het terugkeerbesluit in strijd zou zijn met het verbod op refoulement.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit niet prematuur is, omdat de tijdelijke bescherming van eiser rechtsgeldig is beëindigd op 4 maart 2024. De lopende beroepsprocedure en de voorlopige voorziening die rechtmatig verblijf toestond, verhinderen het opleggen van het terugkeerbesluit niet. De rechtbank verwijst naar relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ten aanzien van het privéleven overweegt de rechtbank dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met het privéleven van eiser, maar dat dit niet leidt tot het nietig verklaren van het terugkeerbesluit. De RTB is tijdelijk van aard en het recht op verblijf op grond van artikel 8 EVRM Pro moet via een aparte verblijfsaanvraag worden beoordeeld.
Wat betreft het verbod op refoulement stelt de rechtbank vast dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schendingen van mensenrechten. De minister heeft terecht gewezen op de mogelijkheid om een asielprocedure te doorlopen. De rechtbank verklaart het beroep tegen het besluit van 21 februari 2024 niet-ontvankelijk vanwege intrekking en wijst het beroep tegen het besluit van 28 juli 2025 af. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor het prematuur genomen besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit van 28 juli 2025 wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.