ECLI:NL:RBDHA:2026:20065
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghanistan wegens ontbreken reëel risico op ernstige schade
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende man, diende op 29 augustus 2024 een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 12 december 2025 werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 5 juni 2026 en oordeelt dat de minister terecht heeft geconcludeerd dat eiser bij terugkeer naar Afghanistan geen reëel risico op ernstige schade loopt.
Eiser baseerde zijn asielverzoek op incidenten met de taliban, waaronder een gewelddadig incident in 2010 waarbij hij een talib verwondde, een meningsverschil in 2021 over werkzaamheden en een discussie over grondtoe-eigening. De rechtbank stelt dat deze incidenten onvoldoende onderbouwd zijn om een reëel risico aan te nemen, mede vanwege het tijdsverloop en het ontbreken van actuele bedreigingen.
Daarnaast betoogde eiser dat hij op grond van artikel 8 EVRM Pro een verblijfsvergunning had moeten krijgen vanwege zijn gezinsleven in Nederland. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij een gehuwd gezinsleven heeft met zijn partner en dat hij de familierechtelijke relatie met zijn kind niet heeft onderbouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag omdat geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer is vastgesteld.