ECLI:NL:RBDHA:2026:20134
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, diende op 16 februari 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat eiser daar op 22 augustus 2023 al een verzoek om internationale bescherming had ingediend. Nederland verzocht Frankrijk om terugname, wat werd geaccepteerd.
Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is. Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zonder meer geldt vanwege zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder psychische klachten en eerdere afwijzing in Frankrijk. Hij stelde dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden en dat de discretionaire bevoegdheid om de aanvraag aan zich te trekken had moeten worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete en objectieve aanwijzingen had geleverd dat hij bij terugkeer naar Frankrijk een reëel risico loopt op een met het Handvest of EVRM strijdige behandeling. De stellingen over psychische problemen waren onvoldoende onderbouwd. Ook de eerdere afwijzing in Frankrijk deed hieraan niet af, mede omdat Frankrijk zich heeft verbonden aan internationale verplichtingen.
De rechtbank bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel en vond dat verweerder terecht geen gebruik heeft gemaakt van de discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.