Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De aanvragen zijn ingediend op 5 februari 2024, waarbij verweerder op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen had moeten beslissen. Deze termijn is verlengd met drie maanden, waardoor uiterlijk 5 augustus 2024 een besluit had moeten worden genomen. Dit is niet gebeurd, en verweerder is op 29 oktober 2024 rechtsgeldig in gebreke gesteld. Het beroep is tijdig ingesteld en wordt gegrond verklaard.
Verweerder hanteert het fifo-principe voor de behandeling van nareisaanvragen, waardoor de aanvragen van eisers naar verwachting pas in september 2025 in behandeling zouden worden genomen. De rechtbank acht dit een bijzonder geval en legt op grond van de Awb een termijn van vier weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €467. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 5 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van vier weken op voor het nemen van een besluit met een dwangsom bij overschrijding.