Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Indiase nationaliteit dragende derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne in februari 2022. Verweerder besloot op 11 maart 2024 de tijdelijke bescherming van eiser te beëindigen en hem te verplichten binnen vier weken terug te keren naar zijn land van herkomst.
Eiser voerde aan dat dit besluit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, omdat Oekraïense ontheemden wel bescherming behouden. De rechtbank oordeelde dat het onderscheid tussen Oekraïners en derdelanders gerechtvaardigd is, omdat de bescherming van derdelanders facultatief is en van rechtswege eindigt.
De bevriezingsmaatregel die tijdelijk de gevolgen van het terugkeerbesluit opschortte, werd niet als rechtmatig verblijf aangemerkt, zodat het vertrouwensbeginsel niet werd geschonden. Ook is geen strijd met het non-refoulementbeginsel vastgesteld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het terugkeerbesluit van 11 maart 2024. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit tot beëindiging van tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.