Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.B.C.M. Burger, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 26 september 2025 is opgelegd. De rechtbank toetst de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel over de periode van 15 december 2025 tot 26 januari 2026, aangezien eerdere toetsing plaatsvond tot 15 december 2025.
Ondanks een overschrijding van de wettelijke termijn voor het sluiten van het vooronderzoek door de rechtbank, wordt dit niet als onrechtmatig beoordeeld omdat de beslissing voortvarend is genomen en eiser niet in zijn belangen is geschaad. Eiser voert aan dat de gronden voor de bewaring niet kunnen dragen en dat een lichter middel had moeten worden toegepast, maar deze gronden zijn reeds eerder beoordeeld en slagen niet.
De rechtbank overweegt dat er in het algemeen zicht is op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn, ook zonder paspoort van eiser. De lopende laissez-passer-aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten en het voortvarend handelen van verweerder, waaronder regelmatige rappelleringen en vertrekgesprekken, ondersteunen dit. Er is geen sprake van onvoldoende voortvarendheid.
Ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid, inclusief het beginsel van non-refoulement en het belang van het familie- en gezinsleven, leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.