ECLI:NL:RBDHA:2026:21013
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Ethiopische minderjarige Oromo wegens onvoldoende geloofwaardigheid en risico
Eiser, een minderjarige van Ethiopische afkomst en lid van de Oromo-gemeenschap, diende een asielaanvraag in Nederland in februari 2023. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging en onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas.
De rechtbank behandelde het beroep op 8 juli 2026, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De rechtbank oordeelde dat de minister de identiteit en herkomst van eiser erkende, maar de door eiser gestelde vervolgingsrisico's onvoldoende aannemelijk waren gemaakt. De geloofwaardigheidsbeoordeling was volgens de rechtbank integraal en conform de geldende werkinstructies uitgevoerd.
Verder concludeerde de rechtbank dat de door eiser aangevoerde discriminatie van Oromo’s in Ethiopië niet de drempel van vervolging bereikte en dat er geen concreet bewijs was dat eiser persoonlijk risico liep. Ook het onderzoek naar adequate opvang in Ethiopië was voldoende uitgevoerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar en correcte geloofwaardigheidsbeoordeling.