Eiser, een Malinese nationaliteit dragende man, vroeg asiel aan op grond van zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende vrees voor ernstige schade bij terugkeer naar Mali. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van zowel de identiteit als de homoseksualiteit van eiser.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de identiteit van eiser ongeloofwaardig achtte, omdat eiser zijn identiteit niet met documenten onderbouwde en geen aannemelijk verhaal gaf over het verkrijgen van zijn identiteitsdocumenten. De rechtbank vindt dat het op de eiser rust om deze documenten te verkrijgen en dat de minister niet verplicht was deze bij Duitse autoriteiten op te vragen.
Ook de homoseksualiteit van eiser werd door de minister terecht ongeloofwaardig bevonden. Eiser gaf onvoldoende gedetailleerde verklaringen over zijn bewustwordingsproces en de emotionele aspecten van zijn relatie met [persoon A]. De overgelegde WhatsApp-berichten en het Grindr-profiel boden onvoldoende bewijs voor zijn homoseksualiteit.
Gelet op deze ongeloofwaardigheid is het niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer naar Mali een reëel risico op ernstige schade loopt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag. De minister hoeft de proceskosten niet te vergoeden.