ECLI:NL:RBDHA:2026:2106
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs in zedenzaken met massagecontext
De rechtbank Den Haag behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van meerdere zedendelicten gepleegd tijdens reiki-massages in Leiden in september en oktober 2023. De tenlastelegging betrof onder meer het seksueel binnendringen met vingers en het betasten van intieme lichaamsdelen van drie aangeefsters.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en een schadevergoedingsmaatregel voor de benadeelde partijen. De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de aangeefsters onvoldoende betrouwbaar waren, mede door vooroverleg tussen hen en het ontbreken van steunbewijs zoals getuigen of forensisch bewijs.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte de feiten had gepleegd. De verklaringen van de aangeefsters werden niet voldoende ondersteund door andere feiten of omstandigheden, en het gebruik van schakelbewijs werd afgewezen vanwege het vooroverleg en het ontbreken van een specifieke modus operandi.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Tevens verklaarde zij de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun schadevorderingen en veroordeelde hen in de kosten van de verdediging van verdachte tot op heden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs; benadeelde partijen niet-ontvankelijk in schadevorderingen.