ECLI:NL:RBDHA:2026:21062
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende bewijs vervolging Gülenbeweging en geen verblijfsvergunning regulier
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, vordert bescherming wegens vermeende vervolging door Turkse autoriteiten vanwege zijn vermeende betrokkenheid bij de Gülenbeweging. Hij vreest gevangenisstraf bij terugkeer. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende onderbouwing van het individuele risico.
De rechtbank volgt verweerder in het oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het Turkse Openbaar Ministerie cassatie heeft ingesteld tegen zijn vrijspraak, noch dat hij een reëel risico loopt op vervolging. Ook acht de rechtbank de stelling dat eiser een verblijfsvergunning regulier op grond van familie- of gezinsleven met zijn ouders zou moeten krijgen, ongegrond, omdat eiser niet heeft aangetoond dat de emotionele banden de normale ouder-kindrelatie overstijgen.
Het voorgenomen huwelijk van eiser kan niet worden meegenomen in de beoordeling omdat dit pas na het bestreden besluit heeft plaatsgevonden. De rechtbank wijst het beroep af en wijst tevens het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.