ECLI:NL:RBDHA:2026:21063

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juli 2026
Publicatiedatum
28 juli 2026
Zaaknummer
NL26.32581
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.J. Paffen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 DublinverordeningArt. 3 EVRMArt. 4 HandvestArt. 30 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Frankrijk

Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 26 februari 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Frankrijk verleende aan eiser een visum en accepteerde het verzoek tot terugname.

Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel onvoldoende werd toegepast, mede vanwege het AIDA-rapport 2025 dat wijst op structurele tekortkomingen in de opvang in Frankrijk. De rechtbank oordeelde dat het aan eiser was om aannemelijk te maken dat Frankrijk zijn verplichtingen niet nakomt, hetgeen niet is gelukt.

De rechtbank volgde eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak dat ondanks tekortkomingen in het Franse opvangsysteem, deze niet zodanig ernstig zijn dat overdracht leidt tot een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Eiser verbleef in Frankrijk in een hotel en bij familie, maar had zich niet tot Franse autoriteiten gewend voor opvang.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J. Paffen op 24 juli 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Frankrijk wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.32581

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. I.M. van Kuilenburg)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [2]

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1988 en heeft de Syrische nationaliteit. Hij heeft op 26 februari 2026 een asielaanvraag ingediend in Nederland.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Uit onderzoek in het EU-VIS-systeem is gebleken dat Frankrijk aan eiser een visum heeft verleend dat geldig was van 13 januari 2026 tot en met 22 februari 2026. Verweerder heeft daarom op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening [3] de Franse autoriteiten op 19 maart 2026 verzocht om eiser terug te nemen. De Franse autoriteiten hebben dit verzoek op 18 mei 2026 geaccepteerd.
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Verweerder heeft in het kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel onvoldoende kenbaar rekening gehouden met het AIDA [4] -rapport over Frankrijk, update 2025, van juni 2026, waaruit blijkt dat er concrete aanwijzingen zijn dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen niet nakomt vanwege een structureel tekort aan opvangcapaciteit. Hierdoor komt een aanzienlijk deel van de asielzoekers zonder opvangplek te zitten. Gelet op dit rapport heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat overdracht aan Frankrijk in het individuele geval niet zal leiden tot een situatie die strijd oplevert met art. 3 EVRM Pro [5] dan wel artikel 4 van Pro het Handvest. [6]
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Niet in geschil is dat Frankrijk in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder er in beginsel van uitgaan dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen nakomt. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat daar in zijn geval niet van uit kan worden gegaan. Eiser is daarin niet geslaagd.
5. Uit verschillende uitspraken [7] van de Afdeling [8] volgt dat ten aanzien van Frankrijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. In deze uitspraken heeft de Afdeling geoordeeld dat, alhoewel er kan worden aangenomen dat sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in Frankijk, niet is gebleken dat die problemen dusdanig structureel en ernstig zijn, dat bij overdracht aan Frankrijk op voorhand sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 van Pro het EVRM of artikel 4 van Pro het Handvest.
6. De rechtbank ziet in wat eisers aanvoeren geen reden om anders te oordelen dan de Afdeling. Zij betrekt daarbij het meest recente AIDA-rapport. Dit rapport schetst naar het oordeel van de rechtbank geen wezenlijk ander beeld van de opvang van asielzoekers in Frankrijk dan de eerdere AIDA-rapporten. De rechtbank onderkent dat uit de AIDA-rapporten al jaren blijkt dat in Frankrijk sprake is van een zorgelijke situatie, waarbij niet iedereen opvang krijgt. Zij constateert dat uit het meest recente AIDA-rapport volgt dat het percentage van mensen in de Dublinprocedure (zowel Dublinterugkeerders als verzoekers die door Frankrijk overgedragen zullen worden) dat aan het eind van 2025 werd opgevangen, is gedaald naar 20,2%. [9] Aan het eind van 2023 was dat nog 29,6% en voor 2024 zijn er geen cijfers. [10] Ook constateert de rechtbank dat uit het meest recente rapport blijkt dat het
United Nations Committee Against Torturein mei 2025 heeft geobserveerd dat in het Franse opvangsysteem sprake is van ‘tekortkomingen’, ‘moeilijkheden bij het verkrijgen van huisvesting’ en ‘ontoereikende materiële omstandigheden’ en heeft gesteld dat Frankrijk de inspanningen moet opvoeren om geschikte huisvesting en fatsoenlijke leefomstandigheden te waarborgen. [11]
7. De rechtbank begrijpt dat deze omstandigheden voor eiser problematisch zijn. De rechtbank vindt echter dat het op de weg van eiser ligt om zich te wenden tot de Franse autoriteiten bij het uitblijven van opvang. De Franse autoriteiten hebben immers met het claimakkoord gegarandeerd het verzoek van eiser om internationale bescherming in behandeling te nemen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Niet gebleken is dat dit voor hem niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is. Eiser heeft in het aanmeldgehoor verklaard dat hij in Parijs in een hotel heeft verbleven en daarna bij verschillende familieleden van zijn echtgenote. Er is niet gesteld noch gebleken dat hij zich in Frankrijk al eerder tot de autoriteiten heeft gewend voor opvang en deze niet heeft ontvangen.
8. Het beroep is kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 24 juli 2026 door mr. M.J. Paffen, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Biyikli, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Verordening (EU) nr. 604/2013.
4.Asylum Information Database.
5.Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
6.Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
7.Bijvoorbeeld van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1863, 30 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3552 en 31 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3623.
8.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
9.AIDA, ‘Country Report France update 2025’, gepubliceerd in 2026, pagina 130.
10.AIDA, ‘Country Report France update 2024’, gepubliceerd in 2025, pagina 124.
11.AIDA, ‘Country Report France update 2025’, gepubliceerd in 2026, pagina 135.